woensdag 10 maart 2010

Gesprek en literatuuronderzoek

Vandaag heb ik een gesprek gehad met de interne coach van de Kubus. Ik heb met haar gesproken over mijn onderzoeksvraag en ze was erg enthousiast. Ze vond dat mijn onderzoek echt gericht was op mijn handelen en dat het een behapbaar onderzoek was. Ze heeft met ons afgesproken dat ze met mij en de andere ALBO-studenten op de Kubus binnenkort een gezamenlijk gesprek zal hebben, om met elkaar over het onderzoek te praten. Eigenlijk is het een soort intervisie. Ook heb ik toestemming gekregen om filmpjes te maken van mijn handvaardigheids lessen, zolang ik er maar voor zorg dat de kinderen er niet op komen te staan.

Na het gesprek heb ik theorie gezocht in de volgende boeken:
- Meesterwerk van Irene Schram: Een positieve werksfeer creëren in de klas.
- Meesterwerk: De sfeer is te keren
- Grip op de groep van René van Engelen

De theorie was vooral gericht op een positieve sfeer creëren en op groepsvorming en groepsprocessen in de klas. Van de belangrijkste theorie heb ik korte aantekeningen gemaakt. De volgende keer ga ik deze aantekeningen ordenen op deelvraag en dan ga ik mijn eerste verbeteracties opschrijven. Ik heb hierover al een beetje een idee gevormd, omdat er mogelijkheden en tips werden gegeven in de theorie. De week na de stageweek ga ik hiermee aan de slag, omdat ik in de stageweek op woensdag in de klas ben.
Al met al gaat mijn onderzoek nog volgens plan!

woensdag 3 maart 2010

onderzoeksdag 1

Vandaag heb ik mijn eerste echte onderzoeksdag gehouden. In de ochtend heb ik een gesprek gehad met mijn mentor. Ze is erg enthousiast over mijn onderzoek en ze heeft met mij de deelvragen en de verkenningsfase besproken. We zijn tot een aantal extra punten gekomen:
- Als eerste hebben we een nieuwe deelvraag erbij bedacht, namelijk:
Hoe ervaar ik de werksfeer in de klas in het algemeen?

Deze deelvraag bestaat weer uit een aantal subvragen:
- Wat is mijn eerste indruk?
- Kan ik de balans opmaken van de positieve en negatieve punten in de klas?
- Wat wil ik in mijn eigen les hiervan leren handhaven?
- Welk (negatief) punt kunnen we over het algemeen ombuigen?
Op deze manier kan mijn mentor ook meedenken over de ontwikkeling van de sfeer in de klas.

Voor de rest hebben we nog een aantal kleine punten behandeld:
- Ik ga vragen of mijn vakdocent beeldende vorming aan het eind van mijn onderzoek op stagebezoek wil komen, om de sfeer en mijn les te beoordelen.
- Ik ga proberen of ik ook bij andere leerkrachten en medestudenten in de school handvaardigheidslessen mag observeren.

Verder heb ik vandaag gewerkt aan het zoeken naar literatuur op school. Helaas heb ik nog niet zo heel veel kunnen vinden. Wel heb ik één meesterwerk meegenomen naar huis en daar ga ik snel in beginnen om wat informatie op te zoeken. Morgen ga ik een handvaardigheidsles geven en daarna ga ik de kinderen vragen stellen over mijn les. Zo kom ik weer meer te weten over hoe zij de sfeer tijdens mijn lessen ervaren!

dinsdag 2 maart 2010

Muurtje bouwen

In de lessen van vandaag hebben we een aantal punten behandeld:
- Inventarisatie vragen studenten
- Ervaringen in de stage
- Muurtje bouwen
- Verbale en non-verbale communicatie
- Opdracht voor de volgende keer

Bij het derde streepje staat: Muurtje bouwen. Het is handig voor het algemene idee dat we onze eigen ideeën over goed onderwijs op een rijtje kregen. Daarom hebben we een oefening gemaakt. We moesten een 'muurtje bouwen' van kaartjes. Op deze kaartjes stonden stellingen over goed onderwijs. Per persoon moesten we deze stellingen op volgorde van belangrijk neerleggen. Ik heb mijn stellingen genummerd van categorie 1 tot en met categorie 5. Hierbij is categorie 1 voor mij het meest belangrijk en categorie 5 voor mij het minst belangrijk. Dit is mijn 'muurtje':

1.
- Het belangrijkste doel van het onderwijs is om kinderen zelfredzaam en zelfverantwoordelijk te maken.
- Als leerkracht moet je gedifferentieerd lesgeven.
- Er moet net zo veel tijd zijn voor spel, gesprek en vieren als voor werk.
- Kinderen leren alleen als ze betrokken zijn.
- Kinderen leren het meest door zelf actief met leerstof aan de slag te gaan.

2.
- Kinderen worden betrokken bij het beoordelen van hun eigen werk.
- Kinderen moeten leren dat je sommige dingen ook gewoon moet doen, ook al vind je ze niet leuk.
- Kinderen worden gevolgd door hun individuele prestaties in beeld te brengen en te kijken of ze zich t.o.v. zichzelf ontwikkelen.
- Het onderwijsaanbod moet afgestemd zijn op de doelgroep.

3.
- Kinderen worden gevolgd d.m.v. een leerlingvolgsysteem waarin je individuele uitslagen kunt afzetten tegen de norm.
- De leerkracht kijkt wat er leeft bij kinderen en gebruikt dat als uitgangspunt voor de lessen.
- Kinderen zijn zelf verantwoordelijk wanneer ze welke taken doen.
- De leerkracht bepaalt wat kinderen moeten leren en wanneer.
- Evalueren gebeurt door het afnemen van gevalideerde toetsen.

4.
- Bij het lesgeven moet je uitgaan van het gemiddelde kind in de groep.
- Aan de hand van methodes kun je als leerkracht zien of kinderen voldoende en snel genoeg leren.
- Kinderen leren het meest in homogene groepen.
- D.m.v. observaties kun je als leerkracht kijken of kinderen zich goed ontwikkelen.
- Kinderen leren het meest door te luisteren naar de uitleg van de leerkracht.

5.
- Taal en rekenen zijn de belangrijkste vakken, daarmee zou de helft van de tijd gevuld moeten zijn.
- Kinderen weten nog niet wat ze niet weten en kunnen dus niet beslissen wat ze willen leren.
- Het belangrijkste doel van het onderwijs is dat kinderen leren rekenen, schrijven en lezen.

Ik vind het dus belangrijk dat kinderen verantwoordelijkheid ontwikkelen, dat ze betrokken en actief zijn en dat er tijd en ruimte is voor andere activiteiten. Deze stellingen hebben op dit moment nog niet zo heel veel te maken met mijn onderzoek. Ik wil bij mijn lessen handvaardigheid de kinderen wél betrokken en actief mee laten doen. Misschien komt mijn 'muurtje' nog meer van pas als ik iets verder ben in mijn onderzoek. Wie weet!

Onderzoeksvraag en deelvragen

De afgelopen tijd heb ik gewerkt aan het specificeren van mijn hoofdvraag en het formuleren van mijn deelvragen. Tegelijkertijd heb ik voor elke deelvraag een plan gemaakt voor mijn verkenning.

Onderzoeksvraag:

Hoe kan ik tijdens mijn handvaardigheids lessen een prettige werksfeer creëren voor de rustige kinderen in mijn klas?

Deelvragen en onderzoeksplan per deelvraag:

1. Hoe ervaar ik de sfeer tijdens mijn huidige handvaardigheids lessen?
Dit ga ik onderzoeken door:
- (Zelf)reflectie op al mijn handvaardigheids lessen.
- Observeren van de sfeer tijdens mijn lessen, feedback van mijn mentor en filmpjes maken.

2. Hoe ervaren de kinderen mijn handvaardigheids lessen?
Dit ga ik onderzoeken door:
- De kinderen observeren tijdens mijn handvaardigheids lessen. Ik ga kijken naar houding, betrokkenheid en activiteit.
- De kinderen interviewen na mijn handvaardigheids lessen over hun ervaringen.

3. Hoe ziet een goede handvaardigheids les eruit?
Dit ga ik onderzoeken door:
- Literatuur te raadplegen over handvaardigheids lessen (Boek: laat maar zien). Bovendien kan ik mijn aantekeningen gebruiken van de lessen die we hierover bij beeldende vorming hebben gehad.
- Eventueel een interview met mijn vakdocent beeldende vorming: Gerard Braakhuis, over hoe een goede les in elkaar moet zitten. (Hij heeft zijn medewerking al verleend).

4. Wat is een prettige werksfeer?
Dit ga ik onderzoeken door:
- Een literatuuronderzoek te starten. Ik begin in het meesterwerk van Irene Schram over het creëren van een prettige werksfeer in de klas.
- Eventueel internetsites te raadplegen.
- De lessen van Fleur observeren op prettige werksfeer.

5. Hoe kan ik een prettige werksfeer creëren?
Dit ga ik onderzoeken door:
- De informatie uit het literatuuronderzoek te ordenen. De mogelijkheden die ik bij mijn persoonlijkheid vind passen ga ik op een rijtje zetten. Hierbij houdt ik ook rekening met de mogelijkheden in mijn klas. Deze manieren ga ik dan uitproberen

6. Welke rol nemen de rustige kinderen in in de klas (tijdens handvaardigheid)?
Dit ga ik onderzoeken door:
- Te observeren welke rol de rustige kinderen innemen. Ik observeer bij een handvaardigheids les van mijn mentor en bij andere lessen van mijn mentor. Ik observeer het gedrag, de houding en de betrokkenheid van de kinderen.
- Eventueel een klein literatuuronderzoek te houden naar de rolverdeling in een klas. (in het algemeen)

De komende twee weken ga ik hard werk aan het beantwoorden van al deze deelvragen (op de manier waarop ik een plan heb gemaakt!) zodat ik vervolgens naar de volgende stap van de cyclus kan gaan: de het algemeen plan en de verbeteracties!!

woensdag 17 februari 2010

3 case studies gelezen

In het boek: Onderwijs van eigen Makelij, van Petra Ponte, staan een aantal case studies beschreven. We kregen de opdracht om de eerste drie casestudies te lezen en de indrukken die je hiervan kreeg in een blog te verwerken. Mij zijn zeker een aantal interessante dingen opgevallen. Per casestudie zal ik kort toelichten wat ik ervan heb meegekregen:

1. Zelfwerkzaamheid bij leertaken, geschreven door Henk van Atteveldt
* Wat mij hier vooral opviel was dat zijn onderzoek steeds een andere wendig aannam. Zo kon hij op een subvraag geen antwoord krijgen, omdat er niets te vinden was in de literatuur. Hij heeft heel duidelijk, stap voor stap, steeds aanpassingen verricht om zijn onderzoek zo goed mogelijk te laten verlopen.
* In zijn afsluiting beschrijft hij de positieve dingen van zijn onderzoek, maar ook de negatieve dingen. Ik vind dit ook belangrijk, omdat de beschrijving dan helemaal compleet is.
* Hij heeft gebruik gemaakt van PMI (Plus-Min-Interessant). Door anderen te vragen naar de plussen en minnen van iets en dingen die ze interessant vinden, kan je een heel duidelijk en reëel beeld krijgen voor je onderzoeksvragen. Ik ga deze manier van verkennen zeker onthouden, omdat het voor veel onderwerpen bruikbaar is.

2. Mijn mentorgroep onder de lopen, geschreven door Elze-Marije Hoogenboom-Bouwmeester
* Het mooie aan dit onderzoek vind ik de aanpassing van haar algemene idee. Ze had een algemeen idee opgesteld, maar deze is helemaal veranderd nadat zij een situationele analyse had gemaakt. Dit betekent dat ze haar eigen opvattingen in kaart heeft gebracht. Hierdoor is haar onderzoeksvraag totaal veranderd.
* Bovendien bestond haar onderzoek uit maar liefst 6 cyclussen. Ze heeft dus ook 6 keer haar algemene idee aangepast. Voor mij is het goed om te weten dat het algemene idee altijd nog kan veranderen als je bij de verkenning van je onderzoek niet genoeg resultaat krijgt.

3. Werken aan studiewijzers via actieonderzoek, geschreven voor Hermien Garssen
* Van deze casestudie was ik het meest onder de indruk, omdat het zo duidelijk en goed beschreven is. Haar onderzoek heeft ze beschreven aan de hand van de stappen die ze heeft doorlopen. (Dit zijn de cyclussen). Elke cyclus bestaat uit:
- het formuleren van een algemeen idee
- het uitvoeren van een verkenning
- het uitvoeren van verbeteracties
- het evalueren van deze verbeteracties
Ik wil mijn casestudie ook per cyclus en per stap in de cyclus gaan beschrijven, omdat dit mij houvast geeft en het biedt duidelijkheid aan degene die het gaan lezen.
* Bij haar afsluiting schrijft ze over de betekenis van haar onderzoek. Dit onderwerp deelt ze op in:
- de betekenis voor de leerling
- de betekenis voor de school
- de betekenis voor haarzelf
Ook dit vindt ik erg duidelijk, omdat het eigenlijk een korte samenvatting is voor alle partijen die betrokken zijn geweest bij het onderzoek.

Het lezen van deze casestudies heeft me duidelijk gemaakt dat een actieonderzoek kan bestaan uit heel veel cyclussen. Bovendien ben je erg afhanklijk van andere mensen die erbij betrokken zijn, om een zo goed mogelijk resultaat te krijgen. Ten slotte is het me opgevallen dat de casestudies erg persoonlijk zijn geschreven. Dit is mooi, omdat het onderzoek ook echt gericht is op het persoonlijk handelen. Ik heb zeker veel inspiratie opgedaan voor het schrijven van mijn casestudie!! (als het zover is...)

dinsdag 16 februari 2010

Algemeen idee, eerste opzet

Hoi allemaal,

Vandaag, 16 februari, hebben we de eerste twee uur les gehad over het onderzoek. In deze les gingen we aan de slag met de algemene probleemstelling en de verkenning hiervan. Ik vond het lastig om mijn probleemstelling goed te formuleren, dus bood ik aan om mijn probleemstelling klassikaal onder de loep te nemen. Door middel van hele gerichte vragen, heb ik mijn probleemstelling specifieker kunnen maken. Dit is dan ook mijn algemene idee tot nut toe:

Hoe kan ik tijdens mijn handvaardigheidslessen een prettige werksfeer creëren voor de slimme en rustige kinderen in mijn klas zodat ze zichzelf kunnen zijn?

Op dit moment vind ik dit belangrijk, omdat ik elke donderdag een handvaardigheidsles kan geven en ik heb het gevoel dat de sfeer in de klas dan niet altijd even goed is voor alle kinderen. Handvaardigheid is natuurlijk een hele open les, met veel vrijheid voor de kinderen. Omdat het onderwerp te breed wordt als ik voor ALLE kinderen een prettige werksfeer wil creëren, ga ik mij waarschijnlijk richten op de slimme en rustige kinderen uit de klas. Eigenlijk kwam in de les van vandaag naar voren, dat ik me wilde richten op de hoogbegaafde kinderen uit de klas. Dit is echter maar een heel klein groepje. Om dit groepje iets groter te maken, wil ik mij gaan richten op de slimme en rustige kinderen in de klas. Dit zijn de kinderen waarvan ik het gevoel heb dat zij de sfeer heel anders ervaren dan de drukkere kinderen uit de klas.

De komende periode wil ik op de volgende manier aan de verkenning van mijn onderzoek gaan werken:
- gesprekken met mijn mentor
- eventueel een gesprek met de interne coach
- literatuur gaan zoeken
- internetsites doorzoeken
- mezelf observeren tijdens een handvaardigheidsles
- gesprekken met de vakdocent beeldende vorming, de kinderen en eventueel andere leerkrachten
- observaties in de klas

Het lijk mij verstandig om mijn probleemstelling op te delen in een aantal categorieën. Uiteindelijk moeten dit deelvragen worden. Tot nu toe heb ik heel globaal de volgende categorieën bedacht:
- Wat is een prettige werksfeer?
- Wat is een goede handvaardigheidsles? En hoe zien mijn lessen eruit?
- Welk gedrag vertonen rustige en slimme kinderen? In het algemeen en tijdens de lessen?
- Welk gedrag vertonen kinderen als ze zichzelf zijn?

Ik hoop dat ik met steeds verder kan verdiepen in mijn onderzoek, omdat het onderwerp mij erg interssant lijkt. Binnenkort plaats ik weer een nieuw bericht over mijn onderzoek.

Groetjes,
Judith

vrijdag 12 februari 2010

Eerste blog

Hallo allemaal,

Dit is mijn eerste bericht over mijn actieonderzoek. Op deze blog ga ik alles schrijven over mijn actieonderzoek. Met dit onderzoek ga ik binnenkort beginnen en ik hoop dat er veel interessants uitkomt en dat ik (maar ook anderen) er van kunnen leren!

Judith